Milieumonitoring

Morfologie

Met de komst van het Prinses Amaliawindpark ontstaat er een nieuwe omgeving. Voorheen was er in het gebied alleen zand en slib, nu staan er stalen monopalen. Om te onderzoeken wat het effect is van het windpark op de (lokale) stroming en bodem, zijn er voor de aanleg van het windpark (in 2003) en na de bouw in 2013 metingen in het gebied verricht. De onderzoekers stelden vast dat er weliswaar veranderingen in de zeebodem zijn opgetreden, maar dat deze overeenkomen met de, natuurlijke, te verwachten zeebodemveranderingen in dit gebied. Er is geen sprake van (ongewenste) effecten op de zeebodem door het windpark.

Onderwatergeluid

Onderwatergeluid van het windpark in werking

In 2013 heeft TNO ook onderzoek gedaan naar het onderwatergeluid van het windpark in werking. Het gaat hier om heel zachte geluiden ten opzichte van de omgevingsgeluiden. Bij meerdere windcondities werden de geluidsniveaus tegelijkertijd op twee posities gemeten: op een afstand van honderd meter van een windmolen en op een afstand van 3,8 km. Uit het onderzoek bleek dat het geluid van het operationele windpark niet significant bijdraagt aan het achtergrondgeluid dat wordt veroorzaakt door schepen en wind.

Op de positie nabij de windmolen is het geluid van die windmolen weliswaar gemeten, maar de sterkte van dit geluid is klein ten opzichte van het achtergrondgeluid. Op de verre meetpositie was het geluid van het windpark niet meer meetbaar. Het is waarschijnlijk dat zeehonden de onderwatergeluidsniveaus tot 500 Hz, inclusief het windmolengeluid, kunnen waarnemen op 100 meter afstand van de windmolen en bruinvissen niet.

Onderwaterleven

Bruinvissen

Bruinvissen zijn kleine walvisachtigen die voorkomen in de Nederlandse Noordzee. Ze eten vis en vangen die door middel van echolocatie. Daarbij maken ze een geluid met een heel hoge frequentie (mensen kunnen dat niet horen) en door de weerkaatsing weten ze de vis te vinden. Die geluiden kan je onder water meten met een soort microfoons: CPODs (Continuous POrpoise Detectors).

Om te onderzoeken welk effect de bouw en exploitatie van Prinses Amaliawindpark heeft op de verspreiding van de bruinvissen heeft onderzoeksinstituut Imares gedurende één jaar de bruinvisgeluiden onder water gemeten, binnen en buiten het windpark. Het onderzoek liet zien dat er evenveel activiteit gemeten in het windpark als daarbuiten. Dit geeft aan dat er geen effect van het Prinses Amaliawindpark is op het voorkomen van bruinvissen. De gegevens lieten wel een duidelijk patroon door het jaar heen zien. Er was duidelijk meer bruinvisactiviteit in de maanden maart en december en verreweg het minst in april en mei.

Vissen

Met de komst van het Prinses Amaliawindpark is lokaal een nieuwe leefomgeving ontstaan. Voorheen bestond het gebied alleen uit zand en slib, nu staan er harde structuren waar zeeleven op kan groeien en waar vissen kunnen leven. Ook mag in het hele gebied niet meer gevist worden, waardoor mogelijk meer (jonge) vis in het windpark zal leven dan daarbuiten.


Rondvissen

Kennisinstituut Imares onderzocht wat het effect is van het windpark op de aantallen, soorten en leeftijd rondvis. Uit onderzoek bleek dat dat de vangsten binnen en buiten het windpark weinig verschilden. In totaal werden er 17 soorten vis gevangen in het windpark. Deze soorten kwamen ook allemaal voor in de vangsten buiten het windpark.

De rondvissoorten die in het windpark het meest zijn gevangen zijn haring, sprot, wijting en zandspiering. Er was geen duidelijk verschil tussen de haring, sprot en wijting binnen en buiten het windpark. Wel werden er iets meer zandspieringen gevangen in het windpark. Deze vissoort leeft voor een groot deel van zijn leven ingegraven in de bodem. Mogelijk heeft de afwezigheid van bodemvisserij een positief effect gehad op deze soort.

Platvissen

Daarnaast onderzocht Kennisinstituut Imares vijf jaar na de bouw wat het effect van het windpark is op platvissen. Er werd platvis binnen het windpark gevangen, geanalyseerd en vergeleken met vangsten van langlopend onderzoek buiten het park. In totaal werden er 27 soorten vis gevangen in het windpark. Deze soorten kwamen ook allemaal voor in de vangsten buiten het windpark.

Van de belangrijkste commerciële soorten (tong, schol, schar, tarbot, bot en griet) en niet commerciële soorten (dwergtong, schurftvis, grotere zandspiering en gestreepte rode mul) werd een uitvoerige analyse gedaan in het laboratorium. Uit het onderzoek bleek dat de afwezigheid van bodemvisserij mogelijk een positief effect heeft gehad op platvissen. Er werden in het windpark wat meer grotere vissen en wat minder kleinere vissen gevonden dan erbuiten.

Hardsubstraat

Op de monopalen en de harde ondergrond van Prinses Amaliawindpark kunnen algen en zeediertjes groeien. De vraag is welke planten en dieren er zijn gaan groeien en hoeveel. Om dit te onderzoeken hebben duikers in 2011 na vier jaar en in 2013 na zes jaar na de bouw vier monopalen onderzocht. Ze hebben stukjes begroeiing afgeschraapt en onderzocht. Ook werden er onderwateropnames gemaakt. De gegevens zijn door onderzoeksbureau eCoast geanalyseerd.

Na de bouw van het windpark werden er vooral groene algen, mossels, zeepissebedden, vlokreeftjes, mosdiertjes, anemonen en zeesterren waargenomen. De resultaten van het onderzoek na 4 jaar en 6 jaar leken op elkaar qua hoeveelheid (aantallen), biodiversiteit (verschillende soorten) en zonering (hoogte op de mast). De resultaten waren vergelijkbaar met die van het offshore windpark Egmond aan Zee.

Zes jaar na de bouw heeft het Prinses Amaliawindpark zich ontwikkeld tot een kunstmatig rif met een volledig nieuwe en waardevolle flora en fauna. In het windpark is aan een turbine een schelp van een platte oester gevonden, een soort die in de Nederlandse Noordzee vrijwel uitgestorven is. Ook is een levend exemplaar aangetroffen. Dit toont aan dat offshore windparken mogelijk een rol spelen bij de herintroductie van de platte oester.

Zachtsubstraat

Op veel gebieden in de Noordzee wordt gevist met boomkorren, waarbij kettingen over de bodem worden getrokken. Op de plaats waar het windpark staat mag niet meer worden gevist: daar wordt de bodem dus met rust gelaten. Hierdoor kan het bodemleven er binnen het park anders uitzien dan daarbuiten. Om dit te onderzoeken zijn er door onderzoeksbureau eCoast op die plek vóór en na de bouw van het windpark bodemmonsters genomen voor analyse van de bodemdiertjes in het lab.

Ook is van een vergelijkbaar gebied buiten het park het bodemleven onderzocht. Er is gekeken of er na een paar jaar verschil te zien was in aantallen, gewicht en soorten van het bodemleven binnen en buiten het park en of er verschil was te zien in het bodemleven voor en na de bouw. Het onderzoek liet zien dat dit niet het geval was. De verwachting is dat op langere termijn pas verschillen te meten zullen zijn. Bijvoorbeeld dat langlevende schelpdiersoorten na een langere periode zonder verstoring, veel groter groeien in het windpark.

Scheepvaart

In en nabij het windpark is allerlei scheepvaartverkeer, denk aan regulier onderhoud van de windmolens of vrachtschepen die het windpark passeren. Voordat het windpark werd gebouwd is met modelberekeningen de kans bepaald op een aanvaring van een schip met een windmolen en wat daarvan de milieueffecten zullen zijn.

Als onderbouwing van deze modelberekeningen heeft MARIN (Maritime Research INstitute) de scheepsbewegingen in en nabij het windpark in de jaren 2009, 2010 en 2011 onderzocht. Gegevens van verschillende walradarstations en automatische identificatiesignalen (AIS) van grotere schepen werden hiervoor gebruikt. Uit de resultaten blijkt dat de veiligheidszone van 500 meter rondom het windpark goed gerespecteerd wordt.

Scheeps- en walradar

Windmolen op zee geven door hun grootte en hoogte reflecties op radarbeelden. Dit kan de scheeps- en walradarsystemen verstoren, bijvoorbeeld door het optreden van valse echo’s, schaduweffecten, blinde sectoren of andere fenomenen en die mogelijk een gevaar vormen voor de scheepvaart.

In 2010 onderzocht Radio Holland, met ondersteuning van Haven Amsterdam en de verkeersdienst van IJmuiden, de radarwerking met behulp van een meetschip met radarapparatuur en een doelschip. Het doelschip voer langs vooraf bepaalde patronen door en langs Prinses Amaliawindpark en het nabijgelegen Offshore Windpark Egmond aan Zee. Op het meetschip en het walradarstation te IJmuiden werden radarbeelden opgenomen en achteraf geanalyseerd. Het resultaat is dat beide windparken geen nadelige effecten hebben op het waarnemen van schepen in de nabije omgeving.

Zichtbaarheid

Als onderbouwing van deze modelberekeningen heeft MARIN (Maritime Research INstitute) de scheepsbewegingen in en nabij het windpark in de jaren 2009, 2010 en 2011 onderzocht. Gegevens van verschillende walradarstations en automatische identificatiesignalen (AIS) van grotere schepen werden hiervoor gebruikt. Uit de resultaten blijkt dat de veiligheidszone van 500 meter rondom het windpark goed gerespecteerd wordt.

Vogels

Zeevogels leven het grootste deel van hun leven op zee. Ze eten en rusten er, alleen broeden doen ze aan land. Om te bepalen of vogels afgeschrikt worden uit het windpark heeft onderzoeksinstituut Imares voor en na de bouw van het windpark vogeltellingen uitgevoerd. Er werden ook tellingen uitgevoerd in het nabijgelegen Offshore Windpark Egmond aan Zee.

Uit het onderzoek blijkt dat de meeste zeevogelsoorten, die normaal in het gebied voorkomen, een reactie vertonen op de windparken. Sommige vogelsoorten, zoals de jan van gent en drieteenmeeuw, werden minder geteld na de bouw van de windparken. Aalscholvers worden duidelijk aangetrokken door de windparken.

Heb je nog vragen?

Stuur een bericht

Mail ons je vraag via onderstaande button.

E-mail